:: 306 badges Deel 1::
::306 Squadron
::Videre Vincere Est

Emblemen kennen een lange traditie. Al
in de Oudheid werden schepen versierd
met symbolen. Het doel was de zeegoden
gunstig te stemmen. Angstaanjagende
tekens dienden juist om vijanden af te
schrikken. Tijdens de Middeleeuwen
voerden oorlogsschepen het wapen van
hun heer of stad. Deze traditie was verge-
lijkbaar met de banieren en vaandels van
landlegers. In de zeventiende eeuw werd
op de achtersteven van het schip een
decoratie aangebracht die de naam van
het schip zelf symboliseerde. Deze
scheepssier verdween met de introductie
van stalen schepen in de negentiende
eeuw.
In Groot-Brittannië voerden comman-
danten van de Royal Navy omstreeks
1900 opnieuw het scheepsembleem in.
In 1918 besloot de Admiralty de folklore in
goede banen te leiden. Elk marineschip
moest voortaan een officieel embleem
voeren. Ook bij de Royal Air Force
ontstond een dergelijke traditie al in het
begin van de 20e eeuw. Naar Brits
voorbeeld gingen tijdens de oorlog ook
Nederlandse marineschepen en
vliegtuigsquadrons een embleem voeren.
De afbeeldingen werden naar eigen
inzicht gekozen. De onderzeeboot Hr. Ms.
O 21 was in 1940 één van de eerste die
een embleem ging voeren.
Bij de luchtstrijdkrachten was in 1943 het
322 Squadron de eerste eenheid met een
embleem. Het embleem van dit squadron
is geënt op de mascotte van de eenheid:
de roodstaartpapegaai ‘Polly Grey’.
In 1950 werden door de minister van
Marine richtlijnen opgesteld voor het
toekennen van emblemen. Voor de
luchtmacht keurde de minster van Oorlog
het voeren van squadronemblemen goed
in 1953. Richtlijnen werden in 1955
opgesteld door de Hoge Raad van Adel.
Sindsdien hebben onder meer varende
eenheden, marinierseenheden, vliegtuig-
squadrons en ondersteunende onder-
delen van beide krijgsmachtdelen een
officieel embleem.
Bij de luchtmacht worden de emblemen
omlijst door een krans van oranjetakken,
die worden samen- gehouden door twee
gekruiste gouden linten. De krans wordt
gedekt door de Koninklijke kroon. Bij
beide krijgsmacht- delen kan het
embleem een spreuk voeren in het Latijn
of Nederlands.
Emblemen kunnen worden overgeërfd.
Nieuwe eenheden kunnen emblemen
overnemen van opgeheven organisaties
of uit dienst gestelde schepen en
squadrons met de zelfde taak. Het NIMH
coördineert de aanvragen en verzorgt de
administra- tieve afhandeling. De Hoge
Raad van Adel dient daarbij meestal van
advies. Emblemen worden vastgesteld
door respectievelijk de Commandant
Zeestrijdkrachten en de Commandant
Luchtstrijdkrachten.
Bron; Het Nederlands Instituut voor
Militaire Historie (NIMH)






Een lauwerkrans is een cirkelvormige
krans gemaakt van in elkaar hakende
takken en bladeren van de aromatische
laurier, die het hele jaar zijn groene kleur
houdt.
In de klassieke oudheid, werden
lauwerkransen geschonken aan
overwinnaars, zowel de winnaars in de
atletiek zoals die destijds werd bedreven,
als de mensen bij poëtische ontmoetingen.
In Rome hadden ze een symboliek die te
maken had met het overwinnen van een
vijand door een succesvol bevelhebber
tijdens zijn triomftocht.
In de Griekse mythologie, wordt Apollo
weergegeven met een lauwerkrans op zijn
hoofd.
Waar vroeger lauwerkransen werden
afgebeeld in een hoefachtige vorm, zijn
moderne versies ringvormig.
5 uitvoeringen van de
squadron badge met
de lauwerkrans en
kroon. Uitgezocht
wordt nog welke het
oudste is, wellicht
weet u dat.
.


Het startschot van de binnen de Nederlandse Luchtmacht populaire squadronbadges
werd gegeven vanuit de Verenigde Staten.
Opmerkelijk is dat Z.K.H. Prins Bernhard hierbij - vermoedelijk buiten zijn medeweten
om - betrokken was. In het maandrapport van 1 maart 1951 over de vliegopleiding van
de Nederlandse Luchtstrijdkrachten (LSK) te Williams Field en op Goodfellow Air Base
wierp kapitein-vlieger R.F. van Daalen Wetters namelijk de volgende vraag op omtrent
het voeren van squadronbadges "Om in mei l950 het heterogeen conglomeraat (lees:
los zand) van leerling-vliegers LSK in Hilversum tot één solide geheel samen te
smelten, werd door mij steeds gesproken van Ons Squadron"; teneinde dit kind een
naam te geven werd wederom door mij gesproken van het “Prins Bernhard-Squadron"
en de leden van het eerste naar Amerika uitgezonden detachement weten thans niet
beter of zij zijn het “Prins Bernhard-Squadron", temeer daar steeds dezerzijds bij de
Cadetten naar voren is gebracht welk een grote belangstelling Zijn Koninklijke Hoogheid
steeds gekoesterd heeft voor de militaire luchtvaart.
Gaarne zoude ik thans moge vernemen of inderdaad de mogelijkheid bestaat, : dat het
311 en 312 Squadron (waarin in hoofdzaak het eerste detachement LSK in USA zal
verwerkt worden) deze naam zal mogen dragen en of voor het nader te ontwerpen
wapen van dit Squadron gebruik zal mogen worden gemaakt van enige kenmerken van
het wapen van Z.K.H.”
Hij was er voorstander van om alle dagjagers
één eigen embleem te geven met aangeven
van bijvoorbeeld de nummers 325, 326
enzovoort.
Zo ook alle nachtjagers, tactische jagers,
transportvliegtuigen enzovoort.
"Het gebruik maken van enig kenmerk van het
wapen van Zijne Koninklijke Hoogheid voor het
embleem der tactische jagers lijkt mij wel voor
verwezenlijking vatbaar, tenminste indien Zijne
Koninklijke Hoogheid hiertegen geen bezwaar
zou hebben.” Wartena stelde voor de naam
"311 Squadron – Prins Bernhard" dan wel 311
(Prins Bernhard)- Squadron" te gaan
gebruiken.

Minister van Oorlog ingediend dat als volgt luidde: “Bij meerdere van de geallieerde
luchtmachten is het gebruikelijk, dat aan de gevechtssquadrons badges worden
verleend. Deze badges, die verschillend van voorstelling zijn voor elk squadron, hebben
meestal betrekking op de geschiedenis en/of het ontstaan van het betreffende onderdeel.
Het personeel is gerechtigd tot het dragen van een verkleind model van de badge.
Gebleken is gedurende de praktijk van de laatste Wereldoorlog en ook daarna, dat de
militairen zeer trots zijn op hun badges. Voor hen, die nog in opleiding zijn, betekent het
een stimulans
Om hun beste krachten te geven om t.z.t. ook deel uit te mogen maken van zo’n eenheid.
Ook staat vast, dat de teamgeest in het onderdeel door het dragen van een
gemeenschappelijk onderscheidingsteken in gunstige zin wordt beïnvloed. Ik zal het op
prijs stellen, indien ook aan de daarvoor in aanmerking komende squadrons van de
Nederlandse Luchtmacht soortgelijke badges worden verleend.”
Het 322 Squadron bezat op dat moment al een
squadronembleem; dit was tijdens de de
oprichting in de Tweede Wereldoorlog
toegekend door het Britse Ministerie van
Defensie. Ook 1 TransVa (Transport
Vliegafdeling, het latere 334 Squadron) had al
op beperkte schaal een badge ingevoerd, de
DakotaX-1 voerde deze in 1953 links op de
neus.
Toch ging de introductie niet van een leien
dakje. Contact werd gezocht met de Britse
Luchtvaartattaché te Brussel. De betreffende
Group Captain (kolonel) vond het uit “security”
oogpunt fout om dergelijke badges te dragen
en zelfs op vliegtuigen te schilderen.

De conclusie van de staatssecretaris was dat hij ongewenst achtte tot invoering over te
gaan.
Toch wilde de Luchtmacht de emblemen gaan invoeren vanwege het aanstaande 40-
jarige jubileum van de organisatie in 1953. Dit embleem zou alleen aangebracht worden
op de operationele vliegende squadrons op de basis van de volgende Britse criteria;
• Het squadron moest tenminste 2 jaar bestaan.
• Het squadron behoorde niet binnen afzienbare tijd te worden opgeheven.
• De status en functie moest zodanig zijn dat de toekenning van de badge
gerechtvaardigd was.
De squadronbadge zou slecht ingevoerd mogen worden met toestemming van de
Minister van Oorlog, op voordracht van de Chef Luchtmachtstaf en pas na te zijn
goedgekeurd door H.M. de Koningin. Daarnaast kwam ook de heraldiek om de hoek
kijken en moesten alle badges worden getoetst en goedgekeurd worden bevonden door
de Hoge Raad van Adel!
Het veertigjarig jubileum van de Luchtmacht kwam ras dichterbij dus werd alles uit de
kast gehaald om de emblemen zo snel mogelijk in te voeren. Er werd zelfs al een
berekening gemaakt van het aantal benodigde badges voor de uniformen. Voor het CLV
(Commando Lucht Verdediging) en voor het CTL (Commando Tactische
Luchtstrijdkrachten) had men in totaal 8000 badges nodig. Elk personeelslid zou twee
badges in bruikleen toebedeeld krijgen, en deze moesten dus na vertrek bij het
squadron weer ingeleverd worden!
De vorm van het squadronembleem was al in een vroeg stadium vastgesteld en zou
bestaan uit een cirkelvormig schild waarin het gekozen embleem heraldisch werd
voorgesteld.
Ook de aanbrengen op het vliegtuig was inmiddels bepaald. De squadronbadge zou op
het vliegtuig geschilderd worden met een middellijn van 47.5 cm, en daar omheen een
cirkelvormige rand van 1.5 cm in luchtmachtblauw.
Op 11 maart 1953 kreeg de Luchtmacht haar Koninklijke status en daarmee kreeg de
omlijsting van de badge ook haar definitieve vorm; de lauwerkrans, waarin de voor het
desbetreffende squadron specifieke afbeelding werd aangebracht met daarbovenop een
kroon.
Aan de onderzijde van de omlijsting moest het squadronnummer op een goudkleurig
ovaal plaatje in zwarte cijfers aangebracht worden. En ten slotte werd bepaald dat in een
goudkleurige banderol onder de omlijsting met zwarte letters het devies van het
squadron werd aangebracht.
Op 11 mei 1953 werd bekend dat het voeren van
squadronemblemen in beginsel was goedgekeurd,
en werd benadrukt dat op de vliegtuigen alleen het
eigenlijke embleem en het motto gevoerd zouden
worden, dus zonder omlijsting en Koninklijke kroon.
Voor zover de auteur dit kan achterhalen is dit
overigens is het voeren van het motto op het
vliegtuig in de praktijk nooit toegepast. Aan de van
het CTL en het CLV werd verzocht om indiening van
een schets van het eigenlijke embleem met daarbij
opgave van het gekozen devies (motto) opgesteld in
ofwel het Latijns of het Nederlands. De tekeningen
dienden gekleurd te zijn en vergezeld van een korte
toelichting waarin het ontstaan en de reden van het
ontwerp alsook het motto werden uitgelegd.
Op 4 juni kwam van het CLV een antwoord met de ontwerpemblemen voor de squadrons
322 t/m 328, elk voorzien van een afzonderlijke toelichting. Sommige squadrons waren
zelfs meteen al overgegaan tot het invoeren van de emblemen en het aanbrengen op
vliegtuigen en borstonderscheidingstekens. Dit enthousiasme werd echter direct van
hogerhand uit sterk ingetoomd.
Het 40-jarig jubileum van de Luchtmacht was inmiddels al lang voorbij zonder dat de
badges officieel waren ingevoerd. De druk was van de ketel en de tijd werd nu door de
squadrons gebruikt voor het aanscherpen en verbeteren of zelfs volledig veranderen van
de ontwerpen.
In augustus 1954 werd besloten om de emblemen voor CTL en CLV onderdelen bij
Ministeriële beschikking gelijktijdig in te voeren. De Hoge Raad van Adel had inmiddels
de gelegenheid gehad om twaalf ingediende ontwerpen te beoordelen en keurde deze
met een aantal minimale wijzigingen goed. Het uiteindelijke resultaat was de Ministeriële
beschikking van november 1955. Squadronemblemen mochten worden ingevoerd, maar
alleen op gebouwen en ter verfraaiing van het interieur! De emblemen en motto’s van het
322 t/m 328 Squadron, 298 en 311, 312, 314 en 315 Squadron werden per dezelfde
beschikking, officieel toegekend.
Met toestemming van de auteur, Coen
van den Heuvel overgenomen.
Het artikel is gepubliceerd in “Onze
Luchtmacht” december 2006 / januari
2007.
Een schets met het ontwerp van de 306
badge, gericht aan de Minister van Oorlog
de heer Smits.
Opvallend is dat in het ontwerp is de
maan en de verschillende grote van de
sterren.
Begin 1957 werd dit ontwerp uit
november 1955 opnieuw ingediend (en
uiteindelijk overgenomen) omdat het
originele squadronembleem verloren
was gegaan en 306 nog steeds geen
goedgekeurd embleem mocht voeren.
In maart 1957 stelde Pelsters
Handelsonderneming uit Zeist een
proefdruk van een sticker aan het 315
Squadron voor. Mogelijk was 315
hiermee het eerste Squadron van de KLu
met een eigen sticker. Let op dat de
leeuw nog in vooraangezicht is, zoals ook
op de eerste stoffen badge het geval was.
De basis tekening van het allereerste
ingediende 312 ontwerp. Naast de
styling, werd de grootste aanpassing de
bliksemflits die hier nog alleen op de
achtergrond staat afgebeeld.
Ter gelegenheid van het 35
jarig jubileum van het 306
squadron, werden 5
verschillende badges
gemaakt.
Deze met de verschillende
vliegtuigtypes door de jaren
heen gebruikt.
TAM (Tactical Air Meet).
Deze ontmoetingen met
NAVO landen werden door
geheel Europa
georganiseerd.
De F-16 swirl badge, gebruikt door alle F-16 gebruikers, ze
zijn te vinden, met elk hun eigen kleur en aangepast
ontwerp. Wat niet veranderd op deze al deze verschillende
badges is de falcon.
Gelegenheids badge's.
Er is altijd wel een reden of een gelegenheid voor het
ontwerpen en laten maken van een badge.
Meestal waren dit toch wel de oefeningen of squadron
rotaties en de jubileums van het squadron.
De 2 grote "leveranciers" van de 306
badges zijn; Bob Iken en Erik Duffels,
waarvoor hartelijk dank.
Het aantal sterren op de badge, varieert
nog wel eens. Zoals hierboven te zien is.
Er zijn badges met 5 sterren maar ook
met 8.
Eyes for the Falcon
F-16 Recce
306 TRS Navigation
Het embleem van de HR. MS. O21
De 306 vliegerbadges, boven het
exemplaar gestikt met "gouddraad"
In oktober 1956 bleek dat op de
vliegbasis Eindhoven de emblemen noch
op de vliegtuigen noch op de
gronduitrusting waren aangebracht.
Wél werden de emblemen in de vorm van
speldjes door de vliegers op de
burgerkleding en alleen daarop,
gedragen!
In hetzelfde jaar diende de commandant
vliegbasis Leeuwarden een verzoek in
om de emblemen ook op een nader te
bepalen plaats op de vliegtuigen te
mogen aanbrengen. De Chef Technische
Zaken en Materieel werd hiervoor
ingeschakeld en in zijn opdracht werden
eind 1956 vier Thunderstreaks van
transfers voorzien en op “houdbaarheid”
getest. Sinds die tijd is de
squadronbadge prominent aanwezig
geweest op de staart aanwezig bij de
vliegtuigen van de KLu.
“Dit betekent dus dat de aanschaffing van
emblemen bestemd voor verkoop bij de
Mat. Officier slechts door weinig personen
gekocht zal worden omdat niet
rechthebbenden ze niet mogen dragen en
dus alleen het embleem als souvenir
kunnen verzamelen..”
Deze stelling van 50 jaar geleden is danig
achterhaald! Emblemen worden en
weren uitgebeeld op de meest vreemde
voorwerpen, van brievenopeners tot
bierflessen en uiteraard als stoffen badge
op uniformen.
Wat de Luchtmacht in de jaren ’50 nooit
had kunnen bevroeden was dat met
name de stoffen badge de afgelopen
decennia een ongekende populariteit
geniet, zowel binnen als buiten de
Luchtmacht!.
Bewiched in Slovenia
Andoya 1997
Nato Exercize Hungarije
306 rotatie op Sicilie
Nato Exercize Hungarije
Mocht u nog in het bezit zijn van een
badge die nog niet op de site staat, dan
hou ik mij van harte aanbevolen.
Een scan van de badge is voldoende.
306 TRFS