:: Terugblik op de eerste levensjaren van het 306 sqn.:
::306 Squadron
::Videre Vincere Est
:Majoor Merkelbach, eerste Commandant 306 Sqn. 1953 - 1957:
“Ik herinner het mij nog als de dag van gisteren.
Na maanden van moeizame voorbereidingen zag het squadron op 3 oktober 1953 op de Vliegbasis Volkel het
levenslicht”.
De sterkte was toen:…….. een commandant en een SMA.  Een hangar, vliegtuigen, personeel, kantoorruimte, dit
waren allemaal nog onbekende zaken. Allengs werden de resultaten van het voorbereidende werk zichtbaar:
personeel en materieel stroomden binnen. Alleen al over het eerste jaar van het squadron is een boek vol te
schrijven.
Speciaal in die dagen viel het enthousiasme en het improvisatievermogen van iedereen op. Geen kantoor- en
werkruimte? Geen nood, met behulp van de brandweer werden de, met muskieten vergeven, ondergelopen
kelders van de kapot gebombardeerde Duitse hangar leeggepompt en, zij het primitief, als kantoor- en
werkruimten ingericht.
Hoewel het squadron over de gehele basis was verspreid, wist men met veel inspanning en ijver toch met succes
te werken. Want was het niet in deze periode, dat het squadron de zojuist ontvangen nieuwe F-84G’s weer moest
inleveren en er de oude F-84F’s voor terug kreeg? De E’s die zes maanden of meer in de open lucht en met een
minimum aan onderhoud aan de grond hadden gestaan, en waarvan niemand meer geloofde dat zij ooit nog
zouden vliegen.
De mannen van de TD en van de materieeldienst presteerden het echter om deze oude kratten binnen een
ongelooflijk korte tijd weer vliegwaardig te maken en dankzij veel en vrijwillig overwerk en grote vakkennis wist het
squadron een uitstekende vlieguren- en, vliegveiligheidreputatie op te bouwen.

Wanneer er in dat jaar een lid van het 306 Squadron zich op een afdeling op Volkel of het CTL vertoonde,
slaakte men slechts één kreet: “306, kasten dicht:” In die tijd was iedereen in het squadron bezeten van een
verzamelwoede en het was verbluffend te constateren, hoeveel materiaal er nog in ‘vergeten‘ hoeken en gaten
werd gevonden.
Binnen een jaar had het squadron zich tot het best uitgeruste squadron van het CTL ‘georganiseerd‘.
het 306 Squadron toen op de been is gebleven en tegen alle verdrukking in groeide en bloeide. Een rustige Ik
moet erkennen, dat dank zij het organisatievermogen en de inspanning van de mannen van het eerste uur, tijd
heeft het squadron eigenlijk nooit gekend.

In september 1954 werd het squadron tijdelijk overgeplaatst naar Bückeburg in West Duitsland, waar wederom
onder primitieve en geïmproviseerde omstandigheden moest worden gewerkt. Dankzij het grote incasserings-
vermogen en de kameraadschap overleefde het squadron ook deze periode zonder kleerscheuren.

Daarna kwam de Laarbruch-periode van november 1954 tot eind 1957, met enerzijds de specifieke problemen
verbonden aan een volledige integratie op een RAF-basis en anderzijds met de voordelen van een eigen
hangar, eigen kantoren, goede woongelegenheid en een goed inkomen. Dit was net de adempauze die het
squadron nodig had om weer op krachten te komen.

Ik wil niet ontkennen, dat iedere periode en iedere commandant zo zijn eigen specifieke problemen en prettige
momenten zal hebben gekend, maar ik geloof, dat zonder de steun, de bijzondere toewijding, de kameraadschap
en de persoonlijke interesse van de mannen en vrouwen van het eerste uur, het squadron nooit zo voorspoedig
zou zijn opgegroeid.
Ik prijs mij daarom gelukkig, dat ik de eerste levensjaren van het 306 Squadron heb mogen mee maken en
bewaar een heel bijzondere en zeer prettige herinnering aan deze periode in mijn carrière en aan al diegenen,
met wie ik in die periode heb mogen samenwerken.
Het borelingske, dat ik in 1953 ten doop mocht houden, is na een stormachtige jeugd opgegroeid tot een
levenslustige en levenskrachtige ‘teener‘.
Wij allen, die er over hebben gewaakt en die het hebben gekoesterd in zijn eerste levensjaren, wensen het nog
veel succes, geluk en voorspoed voor zijn komende levensjaren.