Het ontstaan van de Nederlandse badge.

306 Squadron

Videre Vincere Est

Het startschot van de binnen de Nederlandse Luchtmacht populaire squadronbadges werd gegeven vanuit de Verenigde Staten. Opmerkelijk is dat Z.K.H. Prins Bernhard hierbij - vermoedelijk buiten zijn medeweten om - betrokken was. In het maandrapport van 1 maart 1951 over de vliegopleiding van de Nederlandse Luchtstrijdkrachten (LSK) te Williams Field en op Goodfellow Air Base wierp kapitein-vlieger R.F. van Daalen Wetters namelijk de volgende vraag op omtrent het voeren van squadronbadges "Om in mei 1950 het heterogeen conglomeraat (lees: los zand) van leerling-vliegers LSK in Hilversum tot één solide geheel samen te smelten, werd door mij steeds gesproken van "Ons Squadron"; teneinde dit kind een naam te geven werd wederom door mij gesproken van het “Prins Bernhard-Squadron" en de leden van het eerste naar Amerika uitgezonden detachement weten thans niet beter of zij zijn het “Prins Bernhard-Squadron", temeer daar steeds dezerzijds bij de Cadetten naar voren is gebracht welk een grote belangstelling Zijn Koninklijke Hoogheid steeds gekoesterd heeft voor de militaire luchtvaart. Gaarne zoude ik thans moge vernemen of inderdaad de mogelijkheid bestaat, dat het 311 en 312 Squadron (waarin in hoofdzaak het eerste detachement LSK in USA zal verwerkt worden) deze naam zal mogen dragen en of voor het nader te ontwerpen wapen van dit Squadron gebruik zal mogen worden gemaakt van enige kenmerken van het wapen van Z.K.H.” Stimulerend De commandant Luchtverdediging, luitenant-kolonel-waarnemer G.R. Wartena, pakt deze vraag op en nam contact op met de Chef Luchtmachtstaf. Hij stelde voor om indien er geen problemen mee waren de naam van Prins Bernhard te verbinden aan de eerste op te richten tactische eenheid van de Luchtmacht, het 311 Squadron. Ook gaf Wartena aan al bekend te zijn met de wens van de squadrons om een eigen embleem te voeren. "Hoewel ik een voorstander ben van deze de squadrongeest stimulerende emblemen, voel ik toch anderzijds voor enige beperking in de veelheid van de mij reeds gedane voostellen". Hij was er voorstander van om alle dagjagers één eigen embleem te geven met aangeven van bijvoorbeeld de nummers 325, 326 enzovoort. Zo ook alle nachtjagers, tactische jagers, transportvliegtuigen enzovoort. "Het gebruik maken van enig kenmerk van het wapen van Zijne Koninklijke Hoogheid voor het embleem der tactische jagers lijkt mij wel voor verwezenlijking vatbaar, tenminste indien Zijne Koninklijke Hoogheid hiertegen geen bezwaar zou hebben.” Wartena stelde voor de naam "311 Squadron – Prins Bernhard" dan wel 311 (Prins Bernhard)- Squadron" te gaan gebruiken. Teamgeest Namens de Chef luchtmachtstaf werd vervolgens op 13 juni 1951 een verzoek aan de Minister van Oorlog ingediend dat als volgt luidde: “Bij meerdere  van de geallieerde luchtmachten is het gebruikelijk, dat aan de gevechtssquadrons badges worden verleend. Deze badges, die verschillend van voorstelling zijn voor elk squadron, hebben meestal betrekking op de geschiedenis en/of het ontstaan van het betreffende onderdeel. Het personeel is gerechtigd tot het dragen van een verkleind model van de badge. Gebleken is gedurende de praktijk van de laatste Wereldoorlog en ook daarna, dat de militairen zeer trots zijn op hun badges. Voor hen, die nog in opleiding zijn, betekent het een stimulans om hun beste krachten te geven om t.z.t. ook deel uit te mogen maken van zo’n eenheid. Ook staat vast, dat de teamgeest in het onderdeel door het dragen van een gemeenschappelijk onderscheidingsteken in gunstige zin wordt beïnvloed. Ik zal het op prijs stellen, indien ook aan de daarvoor in aanmerking komende squadrons van de Nederlandse Luchtmacht soortgelijke badges worden verleend.” Security Het beroemde 322 Squadron bezat op dat moment al een squadronembleem; dit was tijdens de de oprichting in de Tweede Wereldoorlog toegekend  door het Britse Ministerie van Defensie. Ook 1 TransVa (Transport Vliegafdeling, het latere 334 Squadron) had al op beperkte schaal een badge ingevoerd, de Dakota X-1 voerde deze in 1953 links op de neus. Toch ging de introductie niet van een leien dakje. Contact werd gezocht met de Britse Luchtvaartattaché te Brussel. De betreffende Group Captain (kolonel) vond het uit “security” oogpunt fout om dergelijke badges te dragen en zelfs op vliegtuigen te schilderen. De conclusie van de staatssecretaris was dat hij ongewenst achtte tot invoering over te gaan. Toch wilde de Luchtmacht de emblemen gaan invoeren vanwege het aanstaande 40-jarige jubileum van de organisatie in 1953. Dit embleem zou alleen aangebracht worden op de operationele vliegende squadrons op de basis van de volgende Britse criteria; •        Het squadron moest tenminste 2 jaar bestaan. •        Het squadron behoorde niet binnen afzienbare tijd te worden opgeheven. •        De status en functie moest zodanig zijn dat de toekenning van de badge gerechtvaardigd was. Heraldiek De squadronbadge zou slecht ingevoerd mogen worden met toestemming van de Minister van Oorlog, op voordracht van de Chef Luchtmachtstaf en pas na te zijn goedgekeurd door H.M. de Koningin. Daarnaast kwam ook de heraldiek om de hoek kijken en moesten alle badges worden getoetst en goedgekeurd worden bevonden door de Hoge Raad van Adel! Het veertigjarig jubileum van de Luchtmacht kwam ras dichterbij dus werd alles uit de kast gehaald om de emblemen zo snel mogelijk in te voeren. Er werd zelfs al een berekening gemaakt van het aantal benodigde badges voor de uniformen. Voor het CLV (Commando Lucht Verdediging) en voor het CTL (Commando Tactische Luchtstrijdkrachten) had men in totaal 8000 badges nodig. Elk personeelslid zou twee badges in bruikleen toebedeeld krijgen, en deze moesten dus na vertrek bij het squadron weer ingeleverd worden! Middellijn De vorm van het squadronembleem was al in een vroeg stadium vastgesteld en zou bestaan uit een cirkelvormig schild waarin het gekozen embleem heraldisch werd voorgesteld. Ook het aanbrengen op het vliegtuig was inmiddels bepaald. De squadronbadge zou op het vliegtuig geschilderd worden met een middellijn van 47.5 cm, en daar omheen een cirkelvormige rand van 1.5 cm in luchtmachtblauw. Op 11 maart 1953 kreeg de Luchtmacht haar Koninklijke status en daarmee kreeg de omlijsting van de badge ook haar definitieve vorm; de lauwerkrans, waarin de voor het desbetreffende squadron specifieke afbeelding werd aangebracht met daarbovenop een kroon. Aan de onderzijde van de omlijsting moest het squadronnummer op een goudkleurig ovaal plaatje in zwarte cijfers aangebracht worden. En ten slotte werd bepaald dat in een goudkleurige banderol onder de omlijsting met zwarte letters het devies van het squadron werd aangebracht. Enthousiasme Op 11 mei 1953 werd bekend dat het voeren van squadronemblemen in beginsel was goedgekeurd, en werd benadrukt dat op de vliegtuigen alleen het  eigenlijke embleem en het motto gevoerd zouden worden, dus zonder omlijsting en Koninklijke kroon. Voor zover de auteur dit kan achterhalen is dit overigens is het voeren van het motto op het vliegtuig in de praktijk nooit toegepast. Aan de commandanten van het CTL en het CLV werd verzocht om indiening van een schets van het eigenlijke embleem met daarbij opgave van het gekozen devies (motto) opgesteld in ofwel het Latijns of het Nederlands. De tekeningen dienden gekleurd te zijn en vergezeld van een korte toelichting waarin het ontstaan en de reden van het ontwerp alsook het motto werden uitgelegd. Op 4 juni kwam van het CLV een antwoord met de ontwerpemblemen voor de squadrons 322 t/m 328, elk voorzien van een afzonderlijke toelichting. Sommige squadrons waren zelfs meteen al overgegaan tot het invoeren van de emblemen en het aanbrengen op vliegtuigen en borstonderscheidingstekens. Dit enthousiasme werd echter direct van hogerhand uit sterk ingetoomd. Ketel Het 40-jarig jubileum van de Luchtmacht was inmiddels al lang voorbij zonder dat de badges officieel waren ingevoerd. De druk was van de ketel en de tijd werd nu door de squadrons gebruikt voor het aanscherpen en verbeteren of zelfs volledig veranderen van de ontwerpen. In augustus 1954 werd besloten om de emblemen voor CTL en CLV onderdelen bij Ministeriële beschikking gelijktijdig in te voeren. De Hoge Raad van Adel had inmiddels de gelegenheid gehad om twaalf ingediende ontwerpen te beoordelen en keurde deze met een aantal minimale wijzigingen goed. Het uiteindelijke resultaat was de Ministeriële beschikking van november 1955. Squadronemblemen mochten worden ingevoerd, maar alleen op gebouwen en ter verfraaiing van het interieur! De emblemen en motto’s van het 322 t/m 328 Squadron, 298 en 311, 312, 314 en 315 Squadron werden per dezelfde beschikking, officieel toegekend. Burgerkleding In oktober 1956 bleek dat op de vliegbasis Eindhoven de emblemen noch op de vliegtuigen noch op de gronduitrusting waren aangebracht. Wel werden de emblemen in de vorm van speldjes door de vliegers op de burgerkleding en alleen daarop, gedragen. In hetzelfde jaar diende de commandant vliegbasis Leeuwarden een verzoek in om de emblemen ook op een nader te bepalen plaats op de vliegtuigen te mogen aanbrengen. De Chef Technische Zaken en Materieel werd hiervoor ingeschakeld en in zijn opdracht werden eind 1956 vier Thunderstreaks van transfers voorzien en op: “houdbaarheid" getest. Sinds die tijd is de squadronbadge prominent op de staart aanwezig bij de vliegtuigen van de KLu. Met toestemming van de auteur, Coen van den Heuvel overgenomen. Het artikel is gepubliceerd in “Onze Luchtmacht” december 2006 / januari 2007.
Het 322 embleem werd in de oorlog door de RAF toege- wezen en nog steeds is Polly de mascotte van dit roem- ruchte squadron. Dit is de basistekening voor de kroon zelf. De daadwerkelijke uitvoering per embleem verschilde door de jaren heen echter regelmatig, omdat b.v. de borduurmachine er niet goed mee overweg kon, of omdat men kleuren in de badge wilde besparen. Elk nieuwe kleur kostte geld. Op 11 aug. 1954 werd bij besluit van de Chef Lucht- machtstaf, de “gekroonde adelaar” geďntroduceerd als symbool voor de Koninklijke Luchtmacht.
Het 298 Squadron was één van de eerste squadrons dat een embleem indiende. “De Bliksemflits door de zwaarden wil de snelheid, waarmede het squadron toeslaat, tot uitdrukking brengen.” De basistekening van het allereerste ingediende 312-ontwerp, dat uiteindelijk ook werd aangenomen. Voordat de geborduurde badges in zwang kwamen waren het vaak gewoon lapjes stof waarop het embleem gedrukt werd. In maart 1957 stelde Pelsters Handelonderneming uit Zeist een proefdruk van een sticker aan 315 Squadron voor. Mogelijk was 315 hiermee het eerste Squadron van de KLu met een eigen sticker. Op de eerste exemplaren ook de stoffen badges had de leeuw nog een vooraangezicht.
Home Startpagina 306 Badge's