De hierboven beschreven gebeurtenis was lange tijd het gesprek van de dag onder de inwoners van Bennebroek en dat wakkerde bij de jeugdige Carton een grote interesse aan voor alles wat met vliegtuigen te maken had. Een interesse die, via het lidmaatschap van een zweefvliegclub, in 1958 uiteindelijk uitmondde in een aanmelding bij de Koninklijke Luchtmacht voor de opleiding tot vlieger. Carel Carton behoorde tot de enkelingen die de moordende selectieprocedure wisten te overleven en mocht gaan beginnen aan de vliegeropleiding die in dat jaar plaatsvond op de vliegbases Gilze-Rijen (Elementaire Vliegeropleiding en Voortgezette Vliegeropleiding) en Woensdrecht (Jachtvliegopleiding). Na het behalen van het groot militair brevet in 1960 werd Carton bij het 312 squadron op de Brabantse vliegbasis Volkel geplaatst waar hij met de F-84F Thunderstreak dagelijks het luchtruim koos om –veelal- boven Duitsland het laagvliegen en het navigeren te beoefenen, terwijl hij ook regelmatig te vinden was boven de schietranges van Vlieland en Terschelling.
Uitreiking van het vliegbrevet op de vliegbasis Woensdrecht op 14 april 1960 met als derde van links H.C. Carton. Foto collectie NIMH
Fotoverkenning
Met zijn bovenmatige interesse voor het navigeren en zijn individualistische karakter was het niet vreemd dat Carton op een gegeven moment –het was inmiddels eind 1960- terecht kwam bij een eenheid waar het navigeren tot kunst was verheven en waar de vlieger tijdens zijn missie helemaal op zichzelf was aangewezen: het 306 fotoverkenningssquadron. Dit squadron was indertijd gestationeerd op de vliegbasis Deelen en was uitgerust met een speciale versie van de Thunderstreak: de RF-84F Thunderflash. In de rompneus van deze fotoverkenner was plaats voor zes camera’s waarmee haarscherpe foto’s konden worden gemaakt van vijandelijke doelen. Carton: “Het plannen en uitvoeren van zo’n fotomissie was een heel precieze bezigheid. Het kleinste foutje in de navigatie zorgde er namelijk al voor dat je het doel volledig miste. Tijdens de vlucht, die, om ontdekking door vijandelijke radar te voorkomen, vrijwel altijd op zeer lage hoogte plaatsvond, lag de kaart met daarop ingetekend de te volgen route op mijn knie. Zo nu en dan wierp ik er een blik op om te zien wat het volgende navigatiepunt was, maar voor de rest keek ik naar buiten om die navigatiepunten, een bruggetje of een kruispunt van wegen, maar vooral niet te missen. Passeerde ik volgens het tijdschema zo’n navigatiepunt te vroeg dan nam ik wat gas terug; was ik wat te laat dan gaf ik gas bij zodat ik precies op het vooraf vastgestelde tijdstip boven het doel verscheen.”
Enkele opname’s uit 1962, gemaakt door Carel met zijn Thunderflash.
Grondploeg
Als een Thunderflash vlieger na zijn missie was teruggekeerd op Deelen was de grondploeg aan zet. In dat analoge tijdperk moesten de belichte films nog ouderwets ontwikkeld en afgedrukt worden. Daarvoor had het 306 squadron de beschikking over een voor die tijd zeer geavanceerd mobiel fotolaboratorium waar zelfs de meest verwende fotograaf zijn vingers bij aflikte. Snel handelen was bij het ontwikkelen en afdrukken van de gemaakte verkenningsfoto’s het parool. Nadat de Thunderflash geland was kwamen er direct twee luchtmachtmilitairen op het toestel afrennen met ieder een laddertje in de hand dat ze tegen de rompneus aanzetten om vervolgens razendsnel de fotocassettes uit de camera’s te halen. Naast iedere ladder stonden dan weer andere leden van de grondploeg om de cassettes aan te pakken en in een snelle run naar het even verderop staande mobiele fotolab, de Mobile Foto Processing Unit, te brengen. Zo’n twaalf minuten na terugkomst van de Thunderflash waren de foto’s dan ontwikkeld, afgedrukt en ‘gelezen’ door de mensen van Intell. Overigens profiteerde niet alleen de luchtmacht van de vele mogelijkheden die de Thunderflash bood. Veel van de door dit toestel gemaakte foto’s vonden hun weg naar civiele gebruikers. Zo vormde het fotograferen van de ijsgang in de grote rivieren en het maken van foto’s in het kader van het Deltaplan rond 1960 een deel van die externe opdrachten. Voor dit soort karteringsdoeleinden werd gebruik gemaakt van de verticaal naar beneden gerichte camera.
Oog van de naald
Het was niet de enige keer zijn dat Carel Carton met de Thunderflash door het oog van de naald kroop. Op een dag was hij samen met een collega op weg naar een van de schietranges op de Wadden, want hoewel de Thunderflash als enige taak had om foto’s te maken, was het toestel ten behoeve van zelfverdediging voorzien van vier mitrailleurs en daarmee moest zo nu en dan natuurlijk geoefend worden. Toen de vliegers in de Waddenzee een vissersschip zagen liggen besloten ze daar een gesimuleerde aanval met hun boordkanonnen op uit te voeren, iets wat in die tijd heel gewoon was. Carel Carton: “Nadat eerst mijn leider een ‘simulated strafing run’ had gemaakt, dook ik op het schip af. Bij het optrekken van mijn vliegtuig richtte ik mij helemaal op mijn collega die vlak voor mij vloog. Daardoor verloor ik het belangrijkste referentiepunt, de horizon, uit het oog met als gevolg dat mijn Thunderflash niet goed uit de duikvlucht kwam. Nadat ik het topje van de mast, boven de horizon uitstekend, aan mij voorbij had zien flitsen, realiseerde ik me dat mij bijna hetzelfde was overkomen als de vlieger van de Nederlandse Thunderjet die in 1952 tijdens een oefenaanval op een Engels schip in het Marsdiep wél het topje van de mast raakte met vele doden als gevolg. Vrouwe Fortuna was me weer eens goedgezind geweest.” Diezelfde Vrouwe Fortuna was Carel Carton wederom goed gezind toen hem, terugkomend van een trip in Duitsland op lage hoogte boven Drenthe vliegend, bijna tegen een van de tuidraden van de televisietoren in Smilde aanbotste, iets wat een Amerikaanse collega van hem in 1968 ook deed, maar dan zonder het woord ‘bijna’. Carton:’Terwijl ik verwikkeld was in een dogfight met een Belgische Thunderflash die ik boven Drenthe tegen het lijf liep, zag ik opeens rakelings langs mijn cockpit een tuidraad voorbij flitsen. Met de schrik in de benen ben ik teruggevlogen naar Deelen.” ‘Zonder geluk vaart niemand wel’ is een gezegde dat zeker ook van toepassing is binnen de luchtmacht.
Carel klimt in de TP-16 de foto is gemaakt op de vliegbasis Deelen op 1 maart 1958 en komt uit de collectie van het NIMH.
Buizerd
Aanvaringen met vogels zijn de schrik van iedere piloot. Het overkwam Carel Carton toen hij gezeten in zijn Thunderflash met 800 kilometer per uur en op lage hoogte vliegend, boven Zuid-Duitsland bezig was met een oefenvlucht. Carton: “Een kleine bruine stip in de verte groeide in een onderdeel van een seconde uit tot een levensgrote buizerd. Voor ik kon reageren sloeg de roofvogel met een enorme klap tegen het front-windshield. De klap was zo groot dat mijn Thunderflash in al zijn voegen schudde en mijn voeten, die op een grondplaat rustten, door de dreun wel een halve meter omhoog schoten. Gelukkig was het glas van dat front-windshield zwaar gepantserd, waardoor het glas weliswaar versplinterde, maar niet brak. Was de vogel tegen een zijraam belandt dan was hij naar binnen gekomen en was de ramp niet te overzien geweest. Ik nam direct gas terug om de winddruk op het beschadigde raam te verminderen en klapte het vizier van mijn helm naar beneden voor het geval het glas onverhoopt toch nog zou breken. Op deze manier wist ik, kijkend door de zijramen, enige tijd later een veilige landing te maken op de thuisbasis Deelen.”
Keuze
In 1963 werd bij de Koninklijke Luchtmacht de Thunderflash uit de dienst genomen en diende een nieuwe fotoverkenner zich aan: de Lockheed RF-104G Starfighter. Het leek Carel Carton prachtig om met deze, voor die tijd, uiterst moderne jager het luchtruim te kiezen, maar er was een probleem. Carton was in zijn luchtmacht tijd begonnen met de studie medicijnen en wilde zich daarna gaan specialiseren. Voor de conversie op de Starfighter moest hij echter voor een periode van drie maanden naar de Duitse vliegbasis Nörvenich en dat betekende dat hij zijn medicijnenstudie zou moeten onderbreken. Het leven bestaat uit het maken van keuzes en Carton koos voor het vak van chirurg. Voor het laatste deel van zijn tijd bij de luchtmacht ging hij toen naar de basis Eindhoven waar hij weer met de Thunderstreak ging vliegen. Na zijn vertrek uit de luchtmacht werd Carel Carton uroloog in het Utrecht, maar de tijd dat hij met de Thunderstreak en Thunderflash dagelijks het Europese luchtruim doorkliefde zal hij nooit meer vergeten.
Photoshop impressie gemaakt door Gerrit Boxem. “Door het oog van de naald”
Met speciale dank aan Gerrit Boxem